Lygodactylus williamsi

Fotograaf: 
Jeroen van Leeuwen
Lygodactylus williamsi
Algemeen
Herkomst: 
Kimboza en Ruvu forest reserves, Tanzania
Afmetingen: 
Kopromplengte 4 cm - Totale lengte 9 cm
Geslachtsonderscheid: 
Volwassen mannen zijn forser dan de vrouwen. Mannen zijn turquoise- tot donker blauw en hebben een helder oranje buik en zwarte (soms gestreepte) keel. Daarnaast hebben ze duidelijke verdikkingen door de hemipenissen en hebben preanale poriën. Onderdrukte mannen laten deze secundaire geslachtskenmerken vaak niet zien, en zien er uit als vrouwtjes, vermoedelijk om confrontaties met dominante mannen te vermijden. Vrouwen zijn groen tot bronskleurig.
Klimaatgegevens: 
Oceanisch klimaat, met een jaarlijkse totale regenval van 1700 mm. Regenperiodes in oktober-december en februari-mei. Temperatuur 26-30°C overdag, 20°C ’s nachts, met een luchtvochtigheid van 50-70% overdag en 70-100% ’s nachts.
Biotoop: 
Tropisch droog bos
Voortplanting: 
De eitjes zullen meestal ergens hoog in het terrarium vastgeplakt worden, met tussenpozen van 2-3 weken. Eieren kunnen in het terrarium gelaten worden of apart uitgebroed worden. De wisselende (dag/nacht) temperaturen in het terrarium zorgen voor een sterke ontwikkeling van de jongen. De incubatietijd is afhankelijk van de temperatuur (24-28°C) tussen de 50 en 90 dagen. Incubatie bij 23°C voor de eerste 2-3 weken, en vervolgens bij 27°C leggen geeft een grote kans op een gunstige geslachtsratio (meer vrouwen dan mannen). Jongen apart opkweken onder dezelfde klimatologische omstandigheden als de ouders. Regelmatig voeren met mini insecten, springstaartjes en kleine fruitvliegjes. Bij goede verzorging zullen ze met ongeveer 7 maanden geslachtsrijp zijn. Het beste is om nog even te wachten met de kweek, tot ze minimaal een jaar zijn. Voor de eileg kun je doorzichtige bloemenbuisjes hoog in het terrarium plakken, waar de vrouwtjes dan hun eieren in kunnen leggen. Zorg er wel voor dat je de buisjes bevestigd op een manier dat de gekko’s niet aan tape kunnen blijven plakken. Ideaal hiervoor is isolatieband, omdat deze alleen op elkaar plakt. Wanneer er eieren gelegd zijn kun je het hele buisje overplaatsen naar je broedstoof, om daar te incuberen.
Terrarium
Minimale afmetingen: 
Oppervlakte: Een koppel: 0,16 m2 (40x40 cm) - Hoogte: 60 cm (minimaal, groter is beter!)
Soort terrarium: 
Tropisch bosterrarium
Verlichting: 
TL/PL en UVB lamp in lichtkap. Gebruik een spot voor een lokale warme plek om op te warmen. Hoe hoger de lichtintensiteit, hoe mooier de dieren kleuren.
Verwarming: 
Temperatuur overdag 23-28°C met een warmere plek onder de spot, ‘s nachts 20-22°C.
Luchtvochtigheid: 
Relatieve luchtvochtigheid overdag 50-80% en ‘s nachts 70-100%.
Bodem: 
Cocopeat, een mengsel van cocopeat en speelzand of iets vergelijkbaars. Het vochthoudend vermogen is belangrijk.
Wandbekleding: 
Zij- en achterwanden van kurk, schors of zelfgebouwd. De dieren gebruiken voornamelijk de wanden en takken in de bak als zitplaats en komen weinig op de bodem.
Inrichting: 
Veel takken en echte planten, waarin de dieren ook kunnen schuilen.
Aantal dieren: 
Alleen of per paar huisvesten; jongen bij voorkeur individueel opkweken.
Verzorging
Voedsel: 
Twee tot drie maal per week is over het algemeen voldoende, alleen in de voortplantingstijd heeft het vrouwtje meer nodig. Opgroeiende jongen doen het het beste wanneer ze dagelijks kleine porties krijgen. Voor wat betreft voedseldieren is variatie belangrijk. Weideplankton, kleine krekels, kakkerlakken, tropische pissebedden en springstaarten, bonenkevers en fruitvliegen zijn geschikt. Daarnaast eten de dieren graag zoete papjes, zoals een kant en klaar “phelsuma-papje”, welke een keer in de week verstrekt dient te worden.
Water: 
Sproei ’s avonds om de luchtvochtigheid in de nacht omhoog te brengen.
Voedingssupplementen: 
De voedseldieren kunnen het beste bepoederd met kalkvitaminepreparaat worden aangeboden. Daarnaast is het aanbieden van een Calciumpreparaat (bijvoorbeeld CaCO3) in een schaaltje aan te bevelen.
Tips
Literatuur: 
Bayliss, J. 1994. Preliminary biological investigation into Kimboza Forest Reserve, Morogoro Region, Morogoro District, Tanzania. Coastal Forest Research Programme, Frontier Tanzania, TZ19. Burgess, N.D., Butynski, T.M., Cordeiro, N.J., Doggart, N.H., Fjeldsa, J., Howell, K.M., Kilahama, F.B., Loader, S.P., Lovett, J.C., Mbilinyi, B., Menegon, M., Moyer, D.C., Nashanda, E., Perkin, A., Rovero, F., Stanley, W.T. & Stuart, S.N. 2007. The biological importance of the eastern arc mountains of Tanzania and Kenya. Biological Conservation 134: 209-231. Flecks, M., Weinsheimer, F., Böhme, W., Chenga, J., Lötters, S. & Rödder, D. 2012. Watching extinction happen: the dramatic population decline of the critically endangered Tanzanian Turquoise Dwarf Gecko Lygodactylus williamsi. Salamandra 48 (1): 12-20. Heiser, J. 2009. Williams` Dwarf Gecko, Lygodactlyus williamsi. Long Island Herpetological Society Herpetological Journal 19 (1): 4-8. Leeuwen, Jeroen van, 2009. Is er nog hoop voor de kleine blauwe smurfen onder de gekko’s? Lacerta 67 (1): 30-34. Leeuwen, Jeroen van, 2009. Een gekko in het spotlight: Lygodactylus luteopicturatus. Lacerta 67 (3): 118-123. Leeuwen, Jeroen van, 2011. Lygodactylus williamsi, de situatie in het wild. Lacerta 69 (2): 68-79. Morogoro Catchment Forestry Project, 2004. Management plan for Kimboza catchment Forest Reserve, Morogoro district, Morogoro region 2004/5-2008/9. Morogo Catchment Forest Office. Röll, Beate, 2011. Der türkisblaue Zwerggecko, Lygodactylus williamsi. Natur und Tier-Verlag GmbH, Münster. Spawls, S., Howell, K., Drewes, R. & Ashe, J. 2002. A field guide to the reptiles of East Africa. A & C Black, London. Weinsheimer, F., Flecks, M., Böhme, W. & Rödder, D. 2010. Die Herpetofauna des Kimboza Forest in Tansania mit dem Türkis-Zwerggecko. Elaphe (1): 17-20.
Vereniging: 
Bijvoorbeeld Lacerta
Nota bene: 
Raadpleeg bij gezondheids- problemen altijd een dierenarts! Zie www.lacerta.nl voor een lijst van dierenartsen met terrariumdieren als aandachtsgebied.