Flora- en Faunawet

De invloed van de mens op de natuur is in de loop van de geschiedenis steeds groter geworden. Menselijke handelingen kunnen een bedreiging zijn voor de wilde flora en fauna. Veel planten- en diersoorten zijn al van de aarde verdwenen of worden met uitsterven bedreigd. De omvang van de bedreigingen waaraan de flora en fauna in Nederland bloot staan, is verontrustend. Van de flora is bijna 40% bedreigd. Bij de zoogdiersoorten en de dagvlinders ligt dit percentage tussen de 30 en 40%.

Om de bedreiging door mensen tegen te gaan, worden planten- en diersoorten beschermd.

Wetgeving is één van de middelen om de mens aan te spreken op zijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de wilde planten en dieren.

Bescherming

De bescherming van zowel inheemse (van nature in Nederland voorkomende) als uitheemse planten- en diersoorten wordt in één wet geregeld: de Flora- en faunawet. Deze wet biedt, uit het oogpunt van het natuurbehoud, bescherming aan in- en uitheemse planten- en diersoorten die in het wild leven.

De bescherming van planten- en diersoorten krijgt op verschillende manieren gestalte. De reeds gebruikelijke verboden voor de inheemse soorten gelden ook in de Flora- en faunawet. Zo is het verboden om beschermde inheemse planten te plukken en beschermde inheemse dieren te doden of te vangen. Ook andere handelingen die planten- of diersoorten kunnen bedreigen, zijn verboden of slechts onder voorwaarden toegestaan. Daarnaast gelden voor zowel inheemse als uitheemse soorten handels- en bezitsverboden. Verder is het niet toegestaan dieren (en dus ook vissen) in de natuur uit te zetten. Ook voor plantensoorten geldt een dergelijk verbod.

De Flora- en faunawet bevat ook handels- en bezitsverboden voor bepaalde vangmiddelen. Voorbeelden daarvan zijn strikken, klemmen en mistnetten. In het laatste geval gaat het om zeer fijnmazige netten waar vogels mee worden gevangen.

Eén wet in plaats van meer

De Flora- en faunawet heeft een aantal wetten op het gebied van soortenbescherming vervangen. Deze wetten bestaan al decennia lang. De belangrijkste zijn de Vogelwet, de Jachtwet en de Wet bedreigde uitheemse diersoorten. Uit de Natuurbeschermingswet is het hoofdstuk soortenbescherming in de Flora- en faunawet opgenomen. Deze wetten verschillen in hun uitgangspunten en opzet. De Flora- en faunawet voldoet aan de wetgeving van de Europese Unie (EU).

Vogels

Bescherming aan alle vogels die behoren tot één van de in het wild levende soorten in Europa is overgenomen uit de Vogelwet.

Jacht

De Flora- en Faunawet beoogt een evenwichtige afweging van de belangen van landbouw, natuurbescherming en jacht te realiseren. Aangegeven wordt op welke wilde diersoorten gejaagd kan worden.

Bedreigde uitheemse diersoorten

Door economische en technische ontwikkelingen en een explosieve bevolkingsgroei is de natuur steeds verder aangetast. Wereldwijd vindt op grote schaal natuurvernietiging plaats. Eén van de oorzaken daarvan is de vraag naar uitheemse planten en dieren in de gëindustrialiseerde landen. Nederland had altijd een groot aandeel in de handel in die planten en dieren. Dit was voor de Nederlandse overheid een reden om uitheemse planteen diersoorten wettelijk te gaan beschermen. In 1975 trad voor diersoorten de Wet bedreigde uitheemse diersoorten in werking. De bescherming van uitheemse planten is nu via de Flora- en faunawet geregeld.

Ook de in- en uitvoer van bedreigde, uitheemse plantesoorten en van bepaalde bedreigde, uitheemse diersoorten valt hieronder.

Natuurbeschermingswet

Volgens de Flora- en faunawet kan de overheid gebieden met natuurwetenschappelijke waarde of rijkdom aan natuurschoon als beschermd natuurmonument aanwijzen. Op die manier blijven deze natuurgebieden behouden. hoofdstuk 5 van de Natuurbeschermingswet (soortenbescherming) is opgenomen in de Flora- en Faunawet. Dit hoofdstuk bevat bepalingen voor de bescherming van inheemse plante- en diersoorten tegen directe aanslagen. 'Directe aanslagen' zijn bijvoorbeeld plukken, vangen en doden.

Beschermde planten- en diersoorten

Inheemse soorten

De Flora- en faunawet regelt de wettelijke bescherming van inheemse plantensoorten die daarvoor in aanmerking komen. Deze worden per soort aangewezen. In principe zijn alle zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen die in Nederland voorkomen beschermd. Er is een uitzondering gemaakt voor schadelijke dieren als de zwarte en bruine rat, de huismuis en een aantal vissoorten. Deze zijn dus niet beschermd.

De zogenaamde lagere diersoorten (zoals vlinders, libellen en kevers) worden per soort voor bescherming aangewezen.

Uitheemse soorten

De Flora- en faunawet regelt ook de bescherming van uitheemse planten- en diersoorten. Ook deze worden per soort aangewezen. Voor de minder bedreigde uitheemse soorten geldt een in- en uitvoerverbod. Voor de ernstig bedreigde soorten geldt, naast een in- en uitvoerverbod, ook een handels- en bezitsverbod.

Voor de bescherming van uitheemse planten en dieren gelden internationale afspraken. Internationale samenwerking is bepalend voor het succes van de maatregelen ter bescherming van de flora en fauna. De bescherming van uitheemse soorten in ons land moet daarop aansluiten.

Leefomgeving

Provincies kunnen plaatsen aanwijzen als beschermde leefomgeving. Het gaat hierbij om plaatsen die van wezenlijke betekenis zijn als leefomgeving voor een beschermde inheemse soort. De provincies kunnen dan bepaalde handelingen verbieden of aan beperkingen onderhevig maken.

Welzijn van dieren in het wild

De Flora- en faunawet zal ook rekening houden met het welzijn van beschermde inheemse diersoorten die in het wild leven. Aanslagen op dieren, zoals het vangen of doden, worden immers voorkomen. Vangmiddelen die onnodig lijden van dieren veroorzaken, zijn verboden.

Vrijstellingen

Voor een aantal activiteiten kan vrijstelling worden verleend van de Flora- en faunawet.
Het gaat bijvoorbeeld om de bestrijding van schadelijke dieren en doeleinden van natuurbehoud, wetenschap of onderwijs. Ook voor het zoeken en rapen van kievitseieren het prepareren (opzetten) en het bezitten van beschermde inheemse dieren gelden vrijstellingen.

Inwerkingtreding

De wet is op 1 april 2002 in werking getreden.

Meer informatie

De Flora- en faunawet is gepubliceerd in: Staatsblad 402, 14 juli 1998.

Wie geïnteresseerd is in informatie over de Flora- en faunawet of een van de andere LNV-beleidsterreinen, kan contact opnemen met:

Infotiek
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bezuidenhoutseweg 73
Postbus 20401, 2500 EK Den Haag
Telefoon: 070-3784062

Deze tekst is ontleend aan een publicatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.