Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

De Eerste Kamer heeft op 23 september 1992 de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangenomen. Een belangrijke bepaling in de wet is: dieren (landbouwhuisdieren èn gezelschapsdieren) houden mag niet, tenzij het houden ervan bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling wordt toegestaan. Het is een kaderwet, die door nadere invulling in de vorm van AMvB's (Algemene Maatregelen van Bestuur) vorm krijgt. Het voordeel van een kaderwet is dat bij nieuwe ontwikkelingen de wet niet steeds hoeft te worden gewijzigd; er kan meteen op worden ingespeeld. Dat geldt ook voor de uitvoering van Europese richtlijnen, bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en huisvesting. De belangrijkste verandering in beleid is het (op een aantal plaatsen in de wet) omdraaien van het 'ja, mitsprincipe', in het 'niets mag, tenzij uitdrukkelijk toegestaan-principe'.

Welzijn

In principe is het niet toegestaan een dier te houden of bepaalde activiteiten met dieren uit te voeren, tenzij dit uitdrukkelijk krachtens de wet wordt toegestaan. Dit geldt ook voor gezelschapsdieren, dus niet alleen voor landbouwhuisdieren. Welke huisdieren straks wel en welke niet gehouden mogen worden, moet via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) geregeld worden.

Verder is in de wet bepaald dat:

  • het verboden is bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn te beschadigen. Zo is het bijvoorbeeld verboden koeien met een volle uier te vervoeren of een hond als trekdier in te zetten;
  • het verboden is aan een dier de nodige verzorging te onthouden;
  • het verboden is, de nog nader in de wet aan te wijzen, dieren van het ouderdier te scheiden voordat zij een bij wet vastgestelde leeftijd hebben bereikt;
  • het in beginsel verboden is lichamelijke ingrepen bij dieren uit te voeren, tenzij dit bij wet of AMvB wordt toegestaan. Toegestaan zijn bijvoorbeeld sterilisatie en castratie en ingrepen waarvoor diergeneeskundige noodzaak bestaat;
  • het verboden is dieren te doden. Behalve die dieren die nog nader in de wet worden aangewezen. Bij AMvB worden eisen gesteld aan de wijze waarop dieren mogen worden gedood, de situaties waarin en de personen door wie zij mogen worden gedood. Ook kunnen voorwaarden worden gesteld aan de slachterijen en aan de bedwelming. Deze bepaling is ook van groot belang voor het ritueel slachten.

Ja, mits-principe

Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt een aantal strikte voorwaarden in, zoals:

  • aan de huisvesting van dieren kunnen voorwaarden worden gesteld aan onder andere de afmetingen, materialen, faciliteiten, verlichting, verwarming en luchtverversing;
  • aan de bestaande huisvestingssystemen waarvoor thans regelgeving kan worden ingevoerd. Daarbij moet gedacht worden aan de huisvesting van legkippen en van kalveren. Voor nieuwe systemen geldt wel het 'nee, tenzij-principe'. Hiervoor moet een systeem van toelating worden opgezet;
  • aan het fokken met dieren;
  • aan het verkopen, verhuren of verloten van dieren. Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken;
  • aan het vervoeren van dieren. Daarbij worden onder andere voorwaarden gesteld aan het vervoermiddel, de hoeveelheid dieren per vervoermiddel, het in- en uitladen, de duur en afstand van het vervoer en de gesteldheid van de dieren;
  • aan het gebruik van dieren bij wedstrijden. Hieronder valt het verbod op dierengevechten. Voor het gebruik van dieren bij wedstrijden kunnen bij AMvB regels worden gesteld voor onder andere de leeftijd en gezondheid van het dier, de aard van de wedstrijden, het gebruik van stimulerende middelen en geneesmiddelen en de aanwezigheid van een dierenarts.

Agressieve dieren

Aan het houden, fokken, kopen en verkopen van agressieve dieren kunnen eisen worden gesteld. Zoals aan bijvoorbeeld de pitbull terriërs. Verder wordt gewerkt aan een gedragstest voor rashonden zodat eisen gesteld kunnen worden aan die hondenrassen waarvan de dieren een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mensen of dieren.

Export

Dieren en dieetproducten mogen alleen worden geëxporteerd wanneer bewijzen kunnen worden overlegd over:

  • de identificatie van de dieren;
  • de gezondheid van de dieren;
  • het bedrijf van herkomst;
  • de markten waar zij zijn gekocht en waar zij zijn verzameld;
  • de manier van vervoer en belading.

Algemeen

Verder zijn in de wet algemene bepalingen opgenomen. Andere bepalingen gaan over financiële aspecten en overige zaken zoals de schadelijke stoffen in dieren en dierlijke producten en het identificatie- en registratiesysteem, het toezicht op de naleving van de wet en de opsporing van besmettelijke dierziekten, welke overtredingen strafbaar zijn en welke overtredingen misdrijven zijn. Bovendien is er een Raad voor Dierenaangelegenheden ingesteld. Die raad adviseert over concept AMvB's en ministeriële regelingen, bovendien brengt de raad ongevraagd advies uit.

Uitvoering

De uitvoering van de wet wordt bij AMvB's geregeld. AMvB's die uitvoering geven aan EU-regelgeving en die betrekking hebben op het dierwelzijn, krijgen voorrang.

 

Deze tekst is ontleend aan een publicatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zie voor meer informatiewww.minlnv.nl/thema/dier/welzijn/kerntdw.htm.