Handreiking artikelen voor Lacerta

In dit onderdeel wordt beknopt een overzicht gegeven van de belangrijkste zaken die bij het maken en aanleveren van artikelen voor Lacerta komen kijken.

Opbouw

Een artikel bestaat idealiter uit de volgende onderdelen:

Titel

Kort en pakkend, hoeft niet meteen precies te vertellen waar het artikel om gaat, maar wel de aandacht trekken. Liefst niet meer dan ca 20-25 lettertekens.

Subtitel

Staat ondanks de naam vaak boven de titel en onthult wat meer over de inhoud van het artikel. Kan ook tekstueel gecombineerd worden met de titel, bijvoorbeeld:

(‘sub’titel) Enige ervaringen met het verzorgen van

(titel) Podarcis sicula campestris

Intro

In ongeveer dertig woorden een korte inleiding op het artikel. Dit moet voor de lezer de doorslag geven dat hij dit artikel echt wil lezen. Waar ga ik het over hebben, op een manier die (gerechtvaardigde) verwachtingen wekt. Dus niet een eenvoudige samenvatting van het verhaal (die komt op het eind).

Auteur

Naam, adres, e-mail, telefoonnummer (Afgezien van de naam kan de auteur er voor kiezen gegevens niet te laten vermelden)

Start hoofdtekst

De inleiding (de eerste alinea(‘s) van het eigenlijke artikel) krijgt geen kopje.

Vervolg hoofdtekst

De rest van het artikel is onderverdeeld in logische secties, die elk een kopje (zie hierna) krijgen. Het aantal kopjes is natuurlijk afhankelijk van de inhoud van het verhaal, maar bedenk dat tussenkopjes een verhaal toegankelijker maken, dus probeer op 200 woorden een kopje mee te geven.Uiteraard kan de aard van de tekst het noodzakelijk maken dat van deze richtlijn wordt afgeweken.

Kopjes

Kopjes aangeven door ze een Kop-opmaakprofiel in Word (Kop1, Kop2, enz.) te geven of door ze vooraf te laten gaan met "***Kopje*** of ***Tussenkopje***. Bijvoorbeeld: ***Kopje***Kweekresultaten

Gebruik voor kopjes (en voor titels) niet alleen hoofdletters (i.t.t. het oude Lacerta-gebruik!).

Kaders

Facultatief (afgezien van vaste kaders, zie hieronder), maar bij langere artikelen van harte aanbevolen. Zet onderdelen van een artikel, die op zichzelf staan en ook los van de hoofdtekst lezenswaardig zijn, apart in een kader. Het maakt het artikel toegankelijker en verhoogt de mogelijkheden om de layout aantrekkelijk te maken. Voorbeelden: informatie over een land of streek waarover in de hoofdtekst gesproken wordt, een meer wetenschappelijke getinte discussie over bijvoorbeeld de systematiek van een dier­groep in een overigens niet hoogdrempelig verhaal, anecdote bij een reisverslag enz.

Plaats in ieder geval onderdelen die in de hoofdtekst het verhaal te zeer zouden verstoren (bijvoorbeeld historisch overzicht naam­geving van een diersoort, schema’s e.d.) in een apart kader.

Kaders plaatsen aan het eind van het artikel of als afzonderlijk document. Indien behorend op een bepaalde plaats in de hoofdtekst, in die hoofdtekst tussen *** en *** verwijzen naar het kader, bijvoorbeeld:

***hier kader Taxonomie plaatsen***

en het kader aan het eind van de tekst beginnen met:

***KADER***Taxonomie

En eindigen met: ***EINDE KADER Taxonomie***

Vaste kaders

1. Samenvatting / summary. Samenvatting van het hele verhaal in pakweg 10% van de totale tekst, bij lange artikelen maximaal 300 woorden. Als het even kan ook in het Engels.

2. Literatuuropgave. Overzicht geraadpleegde en aanbevolen literatuur. Voorbeelden:

Tijdschriftartikel: Auteur, jaar. Titel. Titel van tijdschrift Jaargang (aflevering): Pagina’s. (bijvoorbeeld. Leeuwen, F. van, 1984. De Japanse Vuurbuiksalamander (Cynops pyrrhogaster) (4). Voortplanting in gevangenschap. Lacerta 42 (6): 230­-237. )

Boek: Auteur, jaar. Titel. Uitgever, stad. (bijvoorbeeld Mertens, R. & H. Wermuth, 1960. Die Amphibien und Reptilien Europas. Kramer Verlag, Frankfurt am Main.)

Bij boeken met per hoofdstuk verschillende auteurs: Auteur, jaar. Hoofdstuktitel. In. Redacteur (red.) Boektitel. pagina's. Uitgever, stad. (bijvoorbeeld. Donoghue S. & J. Langenberg, 1996. Nutrition. In. Mader, D. R. (red.) Reptile medicine and surgery. 148-174. W B. Saunders Company, Philadelphia.)

3. Terminologie. Lijst met verklaring van belangrijke termen, die niet elke lezer geacht wordt te kennen. (Indien van toepassing.)

4. Lijst van afkortingen, indien van toepassing.

Bijschriften

In principe krijgt elke foto/andere illustratie een bijschrift. Soms heel kort (de naam van het afgebeelde dier, man/vrouw, locatie e.d.), soms tamelijk uitgebreid (beschrijving van de werkwijze waarop een afgebeelde achterwand gemaakt is bijv.). Keuze is aan de auteur.

Bijschriften worden aan het eind van het artikel of als los document aangeleverd, waarbij de volgende notering wordt gebruikt (voorbeeld):

***campestris.tif***Podarcis sicula campestris, man.

Indien de afbeelding logisch bij een bepaald onderdeel van de tekst hoort, in die tekst op de plaats waar de afbeelding hoort ook de bestandsnaam tussen *** en *** opnemen.

Opmaak

Gebruik de opmaakmogelijkheden van uw tekstverwerker minimaal of helemaal niet. Dus lever tekst in die er uitziet alsof hij uit een ouderwetse typmachine komt, en pas desgewenst uitsluitend de volgende opmaak toe:

  • kopniveau’s (bijvoorbeeld Kop1 voor titel, Kop2 voor tussenkopjes)
  • cursieve tekst (voor wetenschappelijke namen en voor het benadrukken van tekst)
  • tabelfunctie van Word: kleine tabellen die in de tekst binnen een kolom passen kunnen in de hoofdtekst staan, grotere tabellen in een kader plaatsen (zie ‘Kaders’ hierboven)

Let bovendien op de volgende regels (deze kunnen de opmaker uren werk besparen!):

  1. Druk alleen op Enter (Return) als er een nieuwe alinea begint, NOOIT omdat dat in uw tekst op het scherm beter uitziet.
  2. Een spatie staat altijd alleen (niet meerdere spaties gebruiken om tekst onder elkaar te krijgen!!!)
  3. Vóór een komma, punt, uitroepteken en vraagteken staat nooit een spatie.
  4. Vóór een haakje openen staat altijd een spatie, vóór een haakje sluiten nooit. Na een haakje openen staat nooit een spatie, na een haakje sluiten wel (of een leesteken).

Afkortingen

Gebruik zo min mogelijk afkortingen in de hoofdtekst, dus ‘bijvoorbeeld’ en niet ‘bijv.’, ‘enzovoorts’ en niet ‘enz.’, ‘circa’ en niet ‘ca’, ‘centimeter’ en niet ‘cm’. Telwoorden tot en met twintig worden voluit geschreven, evenals tientallen (‘vijftig’, niet ’50‘) en het getal honderd. Dit is anders in korte gegevensopsommingen, zoals: KRL man 25, vrouw 22 cm, SL 28 cm. Gebruikt u afkortingen, waarvan u vermoedt dat niet iedereen die kent, vermeld dan ook de betekenis, eventueel in een lijst met afkortingen per artikel.

Afbeeldingen

Illustraties nooit in het tekstdocument plaatsen, maar los bijleveren. Digitale (c.q. gedigitaliseerde) foto’s bij voorkeur in het TIFF-formaat, eventueel JPG in de best mogelijke kwaliteitsinstelling. Digitale getekende afbeeldingen, lijntekeningen e.d. bij voorkeur in AI- (Adobe Illustrator), PDF- of EPS-formaat.

Digitale foto's moeten minimaal een resolutie van drie megapixels (3 MP, 2048*1536 beeldpunten of pixels) hebben. Gebruik indien mogelijk de originele, door de camera geproduceerde en onbewerkte beelden (zgn. RAW-formaat).

Foto’s (dia’s of negatieven, eventueel fotoafdrukken) en tekeningen kunnen ook als origineel worden ingestuurd en door de redactie worden ingescand. Originelen worden door de redactie met grote zorg behandeld en zo snel mogelijk teruggestuurd. Nummer de originelen duidelijk en verwijs naar deze nummers bij de bijschriften. Gebruik geen gekopieerde dia’s, aangezien de kwaliteit hiervan voor druk meestal onvoldoende is.

Aanlevering

Voor teksten is de aanlevering via e-mail het makkelijkst. Bestanden kunnen desgewenst gecomprimeerd worden tot ZIP-bestanden om de omvang te verkleinen. Lever de tekst altijd als bijlage bij een e-mail en typ deze niet rechtstreeks in het e-mailbericht.

In verband met de omvang verdient het meestal aanbeveling illustraties niet per e-mail te verzenden, tenzij het relatief kleine bestanden betreft. Als richtlijn geldt dat e-mailberichten inclusief bijlagen niet groter moeten zijn dan 3 MB. Gebruik voor grotere bestanden een service als YouSendIt of WeTransfer of stuur een email naar de redactie om nadere afspraken te maken.

Verzend belangrijke originelen (dia’s, negatieven, tekeningen, grote foto-afdrukken) bij voorkeur aangetekend en goed verpakt. Gebruik voor ingeraamde dia’s stevige doosjes waarin de dia’s niet over elkaar heen kunnen schuiven. Plak het dekseltje met een stukje plakband vast.

Tenslotte…

Voor alle ‘regels’ in deze handreiking geldt: het zijn aanbevelingen en geen wetten. U helpt redactie en opmaak er wel mee, maar als u om welke reden dan ook moet of wilt afwijken is dat altijd in overleg mogelijk. Neem bij onduidelijkheden vooraf even contact op met de redactie.