Wet BUDEP

Exotische dieren en planten zijn wereldhandel. Dieren en planten die zeldzaam zijn en wettelijk bescherming genieten, zijn juist daarom gewilde waar. De illegale handel in dieren, planten en natuurproducten kent verschillende verschijningsvormen: van de onwetende toerist die een ivoren beeldje meeneemt als souvenir, tot de handelaar die een zending van driehonderd kameleons naar Nederland laat komen.

Om deze illegale handel beter te kunnen aanpakken, trad op 1 augustus 1995 de Wet Bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (Budep) in werking. De tekortkomingen van vroegere wetgeving zijn daarmee opgelost en de straffen verhoogd.

De Wet Budep

De Wet Budep is van kracht sinds 1 augustus 1995 en geeft uitvoering aan het CITES-verdrag, alsmede aan de Europese regelgeving op het gebied van bedreigde dier- en plantensoorten. Het doel van de wetgeving is niet om alle handel in bedreigde uitheemse soorten te verbieden, maar wel om de handel goed te regelen. De Wet Budep kent bezits- en handelsverboden voor soorten die vallen onder het CITES-verdrag. De verbodsbepalingen zijn strenger naarmate de soort meer bedreigd is. De in- en uitvoer wordt geregeld door een stelsel van vrijstellingen, certificaten, ontheffingen en vergunningen.

In Nederland is bij de uitvoering van het CITES-verdrag een belangrijke rol weggelegd voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het departement heeft een speciaal CITES-bureau, dat tot taak heeft de internationaal gemaakte afspraken om te zetten in nationaal beleid. Het CITES-bureau houdt zich daarnaast bezig met het verlenen van ontheffingen en vergunningen. Elk jaar brengt het bureau verslag uit aan het wereldwijde CITES-secretariaat, dat is gevestigd in Genève.

Het CITES-verdrag

Het CITES-verdrag kent drie lijsten met dier- en plantensoorten. In lijst I zijn de soorten opgenomen die direct met uitsterven worden bedreigd. De handel is aan zeer strenge regels gebonden. Op lijst I staan bijvoorbeeld alle neushoorns, dertig soorten papagaai-achtigen, zo’n zestig hagedissen en enkele orchideeën. Op de CITES-lijsten II en III staan soorten die niet direct met uitsterven worden bedreigd. Handel is toegestaan, maar aan regels gebonden.

Europese regelgeving

Europese regelgeving zorgt ervoor dat de lidstaten van de Europese Unie de CITES-regels op de zelfde manier toepassen. Er bestaan twee Europese CITES-verordeningen. De basisverordening regelt de uitvoering van de CITES-bepalingen. Regels over de vorm van vergunningen en certificaten en het verlenen ervan staan in de uitvoeringsverordening.

Op sommige terreinen is de Europese regelgeving strenger dan CITES. Zo hoeft een importeur volgens CITES enkel een invoervergunning voorhanden te hebben als het gaat om soorten van lijst I. De Europese basisverordening stelt een invoervergunning of -certificaat verplicht voor alle CITES-soorten.

Nationale wetgeving

De Nederlandse wetgeving gaat op sommige punten nog verder dan de Europese. Een belangrijke verandering ten opzichte van de oude Wet Bud is het bezitsverbod voor een groot aantal CITES-soorten. Bovendien legt de nieuwe wet de bewijslast bij de bezitter: wie CITES-soorten in bezit heeft, moet kunnen aantonen dat hij de betreffende planten of dieren legaal heeft verworven, of dat ze in Nederland gefokt of gekweekt zijn.

 

Deze tekst is ontleend aan een publicatie van het Openbaar Ministerie. Meer informatie over de Wet BUDEP is te vinden onderhttp://www.openbaarministerie.nl/publikat/milieu/budep.htm