In principe is het niet toegestaan een dier te houden of bepaalde activiteiten met dieren uit te voeren, tenzij dit uitdrukkelijk krachtens de wet wordt toegestaan. Dit geldt ook voor gezelschapsdieren, dus niet alleen voor landbouwhuisdieren. Welke huisdieren straks wel en welke niet gehouden mogen worden, moet via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) geregeld worden.
Verder is in de wet bepaald dat:
Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt een aantal strikte voorwaarden in, zoals:
Aan het houden, fokken, kopen en verkopen van agressieve dieren kunnen eisen worden gesteld. Zoals aan bijvoorbeeld de pitbull terriërs. Verder wordt gewerkt aan een gedragstest voor rashonden zodat eisen gesteld kunnen worden aan die hondenrassen waarvan de dieren een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mensen of dieren.
Dieren en dieetproducten mogen alleen worden geëxporteerd wanneer bewijzen kunnen worden overlegd over:
Verder zijn in de wet algemene bepalingen opgenomen. Andere bepalingen gaan over financiële aspecten en overige zaken zoals de schadelijke stoffen in dieren en dierlijke producten en het identificatie- en registratiesysteem, het toezicht op de naleving van de wet en de opsporing van besmettelijke dierziekten, welke overtredingen strafbaar zijn en welke overtredingen misdrijven zijn. Bovendien is er een Raad voor Dierenaangelegenheden ingesteld. Die raad adviseert over concept AMvB's en ministeriële regelingen, bovendien brengt de raad ongevraagd advies uit.
De uitvoering van de wet wordt bij AMvB's geregeld. AMvB's die uitvoering geven aan EU-regelgeving en die betrekking hebben op het dierwelzijn, krijgen voorrang.
Deze tekst is ontleend aan een publicatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zie voor meer informatie www.minlnv.nl/thema/dier/welzijn/kerntdw.htm.